Schizofrenie

Schizofrenie is een psychische aandoening binnen het schizoïde spectrum die in verschillende vormen en gradaties voorkomt en zich meestal openbaart tussen het 15de en 30e levensjaar. Het is dus een aandoening die vooral jonge mensen treft. Van elke honderd personen zal de ziekte zich bij gemiddeld één persoon ontwikkelen. Een belangrijk kenmerk is dat er tijdens het verloop van de ziekte minimaal eenmaal een psychotische episode is opgetreden. Doorgaans komen deze episoden vaker voor. Ze gaan gepaard met een afwijkende beleving van de werkelijkheid (een afwijkende cognitie), resulterend in onlogische gedachtepatronen, wanen, hallucinaties en in wisselende mate emotionele, denk- en gedragsstoornissen. Vaak treedt ook cognitief verval (het vermogen om iets te leren) op.

Schizofrene personen kunnen zowel aan positieve als negatieve symptomen lijden. Positieve symptomen duiden op de aanwezigheid van ongebruikelijke percepties, gedachten en gedragingen zoals wanen en hallucinaties. De negatieve symptomen duiden op de afwezigheid of een gebrek in bepaalde gedragsdomeinen zoals energieverlies, geen plezier meer in dingen kunnen hebben en lusteloosheid.

Er zijn manieren om de geest weer tot rust te manen, door een rustige levenswijze: goed slapen, eten, en een normaal dagritme. Er bestaan ook geneesmiddelen die de positieve symptomen (vooral hallucinaties en denkstoornissen) vrij goed onderdrukken, met als nadelig gevolg een duidelijke vervlakking van het emotionele leven. Doordat prikkels, verbale en non-verbale signalen uit de omgeving, door antipsychotica (geneesmiddel) enigszins gedempt worden, worden gebeurtenissen vaak minder intens beleefd. Zowel prettige als onprettige gebeurtenissen maken minder “indruk”. Antipsychotica medicatie heeft ook allerlei extrapiramidale bijwerkingen, zoals speekselvloed, droge mond, spiertonus, bewegingsonrust, blikkramp en kaakklem. Met recht kan daarom gezegd worden dat de medicatie een gewenste en ongewenste kant heeft.

Vormen van schizofrenie

  • Katatoon: motorische inactiviteit of juist overdreven activiteit, halsstarrig gedrag, imitatiegedrag.
  • Gedesorganiseerd (hebefrenie): gedesorganiseerd en primitief gedrag en taalgebruik, soms afwijkingen van het affect.
  • Paranoïde: spanning, achterdocht, vijandigheid. Affectief en cognitief functioneren blijft meestal intact.
  • Ongedifferentieerd: er is voldaan aan de hoofdcriteria, maar deze zijn niet katatoon, paranoïde of gedesorganiseerd van aard.
  • Schizofrene resttoestand: geen op de voorgrond tredende wanen, hallucinaties of afwijkend gedrag, maar bijvoorbeeld wel vreemde overtuigingen of afwijkende zintuiglijke waarnemingen.